maandag 20 februari 2012

Een pareltje langs de weg...


Tja, soms kom je iets tegen, per ongeluk, tijdens het surfen op internet... Je leest het en er verschijnt een grote grijns op je gezicht. 
Dat overkwam me bij het lezen van onderstaand verhaaltje, geschreven door Andries Wijnker. Ik moest het gewoon aan je laten lezen. Voor de zekerheid heb ik de toestemming van Andries gevraagd, die ik verder helemaal niet ken. Zijn reactie was erg positief. 
Ik zou het leuk vinden als je me laat weten wat je ervan vindt.

Gezond verlangen

Een hele bak vol, zo zie ik het graag. Witte kool. Check. Sjalotjes, appel, mango. Check. Groene peper, kokos, fijn geknipte koriander, alles zit erin. Met een zwierige zwaai plaats ik de koekenpan op een laagbrandend pitje. Pinda's erin, cashewnootjes. Zachtjes roosteren en straks knapperige taugé erbij. Dit belooft een klein feestje.

Ondertussen snijd ik een citroen doormidden. Net als ik hem wil uitknijpen boven mijn salade, zie ik hoe een geel vitamientje zich met een zuur gezicht aan de schil ontworstelt, over mijn hand rolt en met een boogje in de koekenpan belandt.

'Gloeiende, wat heet!' schreeuwt hij terwijl hij een veilig heenkomen zoekt op een nabij gelegen cashewnootje.

'Dat heb ik weer,' zucht ik terwijl ik snel het gas uitdraai.

Met opgetrokken knietjes overziet hij de pan. Geen uitweg. Ik besluit een helpende hand te bieden door een houten spatel bij zijn voetjes te houden.

'Ruikt wel lekker,' mompelt hij terwijl hij er onhandig opklimt.

Dicht bij mijn ogen houd ik hem stil en bekijk hem goed. Hij staart naar zijn beentjes die nu gestrekt voor hem liggen.

'Ik ben maar kort,' zucht hij.

'Pardon?'

'Ik ben veel korter dan ik dacht. Toen ik nog in de schil zat, wist ik niet waar ik ophield en de citroen begon, of andersom, maar ik ben dus kort.'

'Waarom ben je eigenlijk uit die citroen gekropen?'

'Het is saai daar. Alles is zuur en geel en iedereen doet niks anders dan blaken.'

'Blaken?'

'Van gezondheid, ja.'

'Maar dat is fantastisch toch? Zolang je...'

'...maar gezond bent, ' maakt hij af. 'Ik weet het, ik weet het, maar ik ben nog jong en ik wil ook wel eens wat anders. Avontuur! Vrij zijn!'

Ik knik.

'Kunt u me neerzetten?'

Ik laat de spatel naar het aanrecht zakken. Zo'n daadkrachtig vitamientje kan ik er goed bij hebben met de naderende winter. Even twijfel ik of ik hem op zal eten, maar dan zie ik mijn salade en overtuig mezelf dat die zo ook al heel gezond is. Het vitamientje balanceert nu op de rand van de afgrond. Dat wil zeggen; hij loopt langs de gootsteen. Ik besluit mijn taugé te bakken.

'Meneer?' hoor ik na een tijdje.

'Meneer, ik voel mij niet zo lekker.'

'Dan had je in mijn salade moeten zitten,' grap ik trots.

'Meneer!'

Aan het hese geluid hoor ik nu dat het menens is. Ik kijk op en zie hem liggen, vlak naast het vaatdoekje. Hij ziet bleek.

'Wat is er met mij aan de hand?' vraagt hij.

Ik schuif hem voorzichtig weer op de spatel.

'Ik denk dat je vervliegt,' zeg ik.

'Is dat ernstig?'

Even ben ik stil en slik.

'Nee, dat is niet ernstig. Alle vitamientjes die vrij zijn, vervliegen vroeg of laat.'

'Ik ben vrij hè?' fluistert hij en begint voorzichtigjes te glunderen, tot hij opeens poef! verdwenen is.

Ik staar naar mijn lege spatel.

'Dag jongen,' fluister ik.

Even later valt mijn blik op de taugé en begin ik zelf te glunderen. Lekker knapperig, precies goed.


Andries Wijnker

http://www.kortverhaal.com

donderdag 16 februari 2012

Apparaten en ik gaan niet goed samen


Apparaten en ik gaan niet goed samen. Bij sommige heb ik inmiddels besloten dat het zinloos is om nog langer samen door het leven te gaan. Zoals de naaimachine.

Mijn eerste was een Singer, zo’n tafelmodel met ijzeren onderstel, waarbij je met je rechtervoet de boel in gang zette. Gekregen van een vriendin en alleen al prachtig om naar te kijken. Er zat een laatje in waarin een boekje lag dat volgens mij geschreven was kort nadat de boekdrukkunst uitgevonden was. Daarin stond precies beschreven hoe het apparaat werkte. Ik ken het bijna uit mijn hoofd. Het heeft niet veel geholpen. Na jaren stoffig in een hoek van de kamer te hebben gestaan heb ik hem aan de paters gegeven die hem met liefde op zouden lappen waarna hij een nieuw leven kon beginnen in Afrika. Waar ze hopelijk handiger zijn met naaimachines dan ik.

Later kocht ik, bij een kringloopwinkel, een heuse elektrische. En weer lag ik al snel met het apparaat in de clinch. Echt, zoveel vraag ik niet, ik wil alleen een zoompje maken in een gordijn of tafelkleed, ik hoef geen mantelpakjes of driedelige kostuums... Maar zelfs het allereenvoudigste schijnt me niet gegund te zijn. Na nog geen vijf minuten breekt de draad of naald of beide. Of, nog erger, na een zoom van drie meter kom ik erachter dat de bovenkant er dan wel mooi strak uitziet, maar aan de onderkant van mijn werk heeft zich al na een decimetertje een grote klomp met draden verzameld dat me minstens een half klosje garen kost. Mozeskriebel!

Ik weet dat het iets met de spanning op de draden te maken heeft en probeer dat dan te verhelpen door aan allerlei dingetjes te draaien, van links naar rechts en weer terug en dan nog maar een beetje meer naar rechts. Daarna moet ik al die drie meter (min tien centimeter) draad weer uit mijn werk zien te peuteren. Vervolgens moet ik opnieuw de bovendraad door alle openingen halen waar zo’n draad (volgens mij) doorheen moet. En tenslotte, zucht, haal ik het spoeltje eruit om ook de onderdraad weer te plaatsen waar hij hoort. Klaar.

Ik trap op het gaspedaal...

Takketakketak. Krak, zjoef.

Draad gebroken. Ja zeg! Dit herhaalt zich een aantal keer totdat ik het, inmiddels oververhit, opgeef, de naaimachine aan de kant zet en de rest ouderwets met de hand afmaak. Kost me heel wat minder tijd dan al dat geneuzel...

Deze naaimachine heb ik pasgeleden hier bij de poubelles gezet, een plek waar alle glas-, papier- en huisvuilcontainers gezellig bij elkaar staan te stinken.  En ja hoor, niet veel later was hij al verdwenen. Zo doen wij dat hier op het platteland. Niks geen kringloopwinkels of tweedehandsmeubelzaken, gewoon naast het afval zetten en het word geheid meegenomen. 

Veel plezier ermee, zou ik zeggen. Ik doe het wel met de hand...

vrijdag 10 februari 2012

Spongebob



Sinds een jaar of twee heb ik een nieuwe hobby; schilderen. Via via kwam ik in contact met een heuse kunstschilder; Thibaud. Bij hem heb ik enkele maanden met plezier kennis gemaakt met acrylverf en kwasten. Nu eens geen muren en deuren die geschilderd dienden te worden, maar lekker kliederen op papier of doek. Een schat van een vent, Thibaud. In zijn rommelige atelier, verwarmd door een enorme houtkachel en begeleid door prachtige klassieke muziek, leerde ik de eerste kneepjes van het vak. Alles mocht en alles kon. Hijzelf werkte met olieverf, maar daar vond ik mezelf nog niet aan toe. Samen met een paar medecursisten hadden we de grootste lol. 

Omdat deze cursus voor mijn doen best wel prijzig was, ben ik er na een seizoen mee gestopt. Toch wilde ik, na een tijdje zelf geëxperimenteerd te hebben, meer leren. Dus toen ik Robert tijdens een schildersmanifestatie tegenkwam en zijn werk mij aansprak besloot ik weer les te nemen. Nu zou ik met olieverf gaan werken, dat leek me wel een uitdaging.

Robert bleek een impressionist in hart en ziel, en dat is toch even wat anders dan de vrije, ‘alles moet kunnen’-benadering van Thibaud.
Niets kon, zo leek het wel. Alles moest op de manier van de meester; de kleur, de verf, de manier van werken... En dat is wennen. Werd ik bij Thibaud aangemoedigd om dat te schilderen wat me op dat moment te binnen schoot, bij Robert riep dat verschrikte kreetjes op. Zogauw hij in de gaten kreeg dat ik ‘weer’ iets deed wat niet kon, rende hij met een lapje naar m’n werk toe en wreef mijn noeste arbeid in één veeg weg. Hoppa!
‘Bob l’eponge’ werd hij genoemd... Spongebob.
Daarna ging hij zelf aan het werk op míjn doek. Niet even, maar gerust een dik kwartier. Ik kon me een keer nog maar net bedwingen om hem niet te vragen er gelijk zijn naam onder te zetten. 

Ach, technisch gezien leer ik veel van hem, maar ik verlang toch stiekem terug naar de ontspannen sfeer bij Thibaud. Tja...

dinsdag 7 februari 2012

Reacties


Hallo trouwe volger, 


















Het zou kunnen zijn dat het je maar niet lukt om te reageren op een van mijn berichten. Ja, dat zou ik wel jammer vinden natuurlijk. Het is ook best een gedoe, dus ik kan me voorstellen dat het maar niet wil lukken. Ik zal proberen duidelijk uit te leggen hoe je kunt reageren. 

Klik op de titel van het bericht. Stel dat je wilt reageren op het voorgaande bericht, dan klik je dus op de titel ‘Onder de appelboom...'. Vervolgens zie je onderaan het verhaal en de reacties een wit veld waarin staat ‘Voer je opmerking in’. Hierin schrijf je hoe leuk je mijn verhaaltje vindt (hahaha).

Als je uitgeschreven bent, is het nog niet gedaan! Ja ja, hier gaat het dus vaak mis, beste volger. Hier denkt men vaak: 'Zo, mijn ei is gelegd, ik ben weer 's weg!' En dan heb je dus mooi voor niets zitten schrijven want er is niets vastgelegd... En dan denk je achteraf natuurlijk dat die rare Annette jouw reactie niet leuk genoeg vond. Zo krijg je vanzelf de grootste misverstanden. Kijk, dat wil ik dus in de toekomst voorkomen. We gaan verder...

Onder je reactie zie je staan: ‘Reageer als’. In het keuzemenu erachter kun je kiezen uit verschillende mogelijke accounts. Maar je kunt ook anoniem reageren of met je (verzonnen) naam, dat moet je helemaal zelf weten.

Nou, het is bijna zover, nog even op ‘publiceren’ klikken en je reactie wordt naar mij gestuurd. Dan ga ik kijken of ik het wel eens ben met de inhoud (nee hoor) en zet ik je reactie op mijn blog.

Voilà!

Mocht het om een of andere reden nog niet lukken, maakt niet uit, mail me dan maar even!



zaterdag 4 februari 2012

Onder de appelboom van Rutger Kopland

Dit gedicht stuurde Koos Bol mij toe naar aanleiding van mijn stukje 'Snoeien met een verlengsnoer'.
Het heeft me erg ontroerd en ik wilde het daarom graag met je delen.
Koos, bedankt!





Onder de appelboom

Ik kwam thuis, het was een uur of acht en zeldzaam zacht voor de tijd van het jaar, 
de tuinbank stond klaar 
onder de appelboom.

Ik ging zitten en ik zat 
te kijken hoe de buurman 
in zijn tuin nog aan het spitten 
was, de nacht kwam uit de aarde 
een blauwer wordend licht hing 
in de appelboom.

 Toen werd het langzaam weer te mooi 
om waar te zijn, de dingen 
van de dag verdwenen voor de geur 
van hooi, er lag weer speelgoed 
in het gras en ver weg in het huis 
lachten de kinderen in het bad 
tot waar ik zat, tot 
onder de appelboom. 

En later hoorde ik de vleugels 
van ganzen in de hemel 
hoorde ik hoe stil en leeg 
het aan het worden was. 
Gelukkig kwam er iemand naast mij 
zitten, om precies te zijn jij 
was het die naast mij kwam 
onder de appelboom, zeldzaam 
zacht en dichtbij 
voor onze leeftijd. 
Rutger Kopland 



vrijdag 3 februari 2012

Het is winter!


Goedemiddag!
Inmiddels is het kwik hier gedaald tot ver onder nul. Het heeft gesneeuwd en een ijskoude noorderwind laat de luiken klapperen. Alle reden dus om binnen te blijven. Daar branden namelijk twee houtkacheltjes op volle toeren.
Wel gezellig overigens. Zeker nu we familie over de vloer hebben. Je eet wat uitgebreider en de wijn vloeit rijkelijker. En een bezoek aan het restaurant aan de overkant kan natuurlijk niet uitblijven. Tussen de middag, want dan is het lekker goedkoop. Ja, je bent tenslotte niet voor niets een Nederlander... Aan de kwaliteit valt niets af te dingen. De chefkok is in de wijde omtrek gerenommeerd. Maar veel is het wel. Het is altijd te veel. Voor mij in ieder geval.
Om die vermaledijde calorieën een beetje weg te werken moet er natuurlijk gewandeld worden in het bos achter ons huis, alwaar we al snel wat reeën het bospad over zien steken. Goedemiddag! 
Wel aardig van ze om zich even te laten zien, liever waren ze natuurlijk in hun warme nest gebleven, dicht tegen elkaar aan gedrukt.  Maar zo zijn ze wel, altijd even attent.
Terug thuis een warme kop snert en later koffie met zelfgebakken cake.
Kortom, het is gewoon even vakantie hier en dat bevalt best.